
Marijn blogt voor Tony’s Chocolonely vanuit de anti-mensenhandel organisatie in Accra, Ghana. Te gek dat zij ons wil laten delen in haar ‘verwonderingen’. Lees hier de eerste en tweede posts.
Over de positie van de vrouw…
Vrouwen hebben hier een gekke positie. Zij zijn absoluut niet gelijkwaardig aan de man, maar tegelijkertijd zijn ze ontzettend sterk, trots en verbaal expressief. Ik denk dat geen enkele man het hier aan de stok wil krijgen met zijn moeder. Zo zag ik laatst een fietser in de stad. Ik bedacht me dat het mij geen goed idee leek om hier te fietsen, hetgeen onmiddellijk werd bevestigd. Er stond een rij auto’s voor het stoplicht, die nog een klein strookje weg openlieten voor voetgangers –en deze fietser dus. Ik zag het al van verre aankomen. De jongeman in kwestie slingerde vervaarlijk heen en weer, maar was niet in staat een oudere dame te voet te ontwijken. Hij kreeg me toch een sessie! En ondertussen zaten alle bestuurders van de wachtende auto´s -zich er van verzekerd hebbende dat de dame in kwestie het hen niet zag doen- het gniffelend gade te slaan. Met van die blikken in hun ogen: o man, o man, ben ik blij dat ik niet in zijn slippers sta!
En nog eentje over de positie van de vrouw…
Vorige week hebben we geprobeerd een rechtzaak over mensenhandel bij te wonen. Geprobeerd ja, want er hing wel een rooster met zaken, maar we weten inmiddels wat een rooster betekent. Je zet alles op een rijtje waarvan je denkt dat het misschien wel kan gebeuren. Vervolgens kijk je wat er daadwerkelijk gebeurt. Het één is niet noodzakelijk hetzelfde als het ander. Maar goed, wij hadden ons laten vertellen dat de mensenhandel rechter-specialist zetelt in zaal 6, dus wij namen daar plaats. Overigens op de bankjes waarvan we later zagen dat geboeide, op hun zaak wachtenden verdachten plaats nemen. Nou ja, dat verklaarde in ieder geval waarom deze bankjes leeg gelaten waren in de overvolle zaal.
Er werd een fraude zaak behandeld. Blijkbaar had een obruni (blanke) uit Engeland zich laten overhalen om 3000 Ghana Cedi’s in een DVD-speler te schroeven en mee de grens over te nemen, om de ziektekosten van een kennis-van-een-kennis te dekken. Onduidelijk verhaal. In ieder geval, om een uur of half 10 (de zitting was om half 9 begonnen), kwam de advocaat van één van de verdachten binnen. Nu lopen er om de haverklap personen in toga in en uit, meestal zonder duidelijk doel, maar deze advocaat liet zich horen. Hij was te laat, maar ja, de regen, en of de zaak dan nu kon worden uitgesteld zodat hij zich kon voorbereiden? Kijk, hier had hij zich even verkeken op de rechter. Deze rechter, één van die hele trotse Ghanese vrouwen die je gewoon niet tegen je in het harnas moet jagen, had al laten merken dat er niet met haar te spotten te viel. Bovendien hingen er overal A-4tjes op de muur met de tekst “This Court resumes work at 8:30 a.m.” (de enige rechtzaal waarin wij een dergelijke mededeling hebben kunnen ontdekken). Maar ja, dat had de advocaat in kwestie gemist.
De reactie van de rechter was geweldig. Het begon met een vernietigende blik, zo eentje waarvan zelfs Silvio Berlusconi (of welke andere arroganterik dan ook) onzeker wordt. Daarna kwam de kannonade. “Are we moving forward in this country, or WHAT?! (klap op tafel) Look at the signs at the wall (wijsvinger in richting van A-4 tjes op de muur met daarop de tekst “This Court resumes working at 8:30 a.m.”). We ALL (weids gebaar) had the same rain yesterday, yet we were ALL here in time to start the hearing. Except for YOU (dreigende wijsvinger in richting van advocaat). Where do you live anyway, hm (wenkbrouwen omhoog)? Because I live ALL the way out of Accra, and yet I was here in time to resume this case. So I will NOT adjourn this hearing! (finale klap op tafel) (en dan een aantal seconden rust met grote ogen en doordringende blik)” Manda en ik voelden ons net Oprah publiek. We waren bijna opgesprongen met teksten als “You go, girl” en andere aanmoedigende leuzen, maar gelukkig wisten we ons in te houden op de verdachtenbankjes. En de rest van de aanwezigen maar denken: o man, o man, ben ik blij dat ik niet in zijn toga sta!