
Mijn naam is Marijn Heemskerk. In maart 2010 heb ik na vijf jaar mijn baan als advocaat bij een commercieel en internationaal advocatenkantoor opgezegd, en wel met het doel “iets goeds “ en “maatschappelijjk betrokkens” te gaan doen. Het uitvinden van wat dat “iets” moest zijn had nog heel wat voeten in de aarde. Beslissen dat je de wereld gaat verbeteren is niet zo moeilijk. Als je gaat bedenken hoe, wordt het pas echt lastig. Het heeft me een jaar of anderhalf gekost om te bedenken dat ik met name geinteresseerd ben in gender crimes (sexueel geweld in conflict situaties, zoals bijvoorbeeld in de Democratische Republiek Congo) en mensenhandel. Naar aanleiding daarvan heb ik in maart en april van dit jaar in de VS een internationaal recht seminar over gender crimes gevolgd. Van mei tot en met augustus werk ik als vrijwilliger bij Enslavement Prevention Alliance – West Africa, een anti-mensenhandel organisatie in Accra, Ghana. Zo af en toe zal ik mijn ‘verwonderingen’ delen via Tony’s Chocolonely. Een blik uit het ‘werkveld’.
Het was wel even wennen, echt alles is anders hier. En het is best lastig om je te orienteren in Accra. Ruimtelijke ordening vinden Ghanezen onzin (en hetzelfde geld voor landkaarten), dus de huizen en huisjes zijn naar eigen inzicht kris kras door elkaar gekwakt. Straatnamen doen ze ook niet aan. Iedereen kent een aantal herkenningspunten en aan de hand daarvan vind je een adres. Adressen zijn dus “behind Opeibia House”, “near ATTC”, “next to Novotel”, etc.
Elke ochtend nemen mijn Amerikaanse collega Manda en ik de tro-tro (één van de vele minibusjes die op vaste routes door de stad hobbelen) naar kantoor. Ik vind het altijd weer mooi hoe wij fris en fruitig instappen en 40 minuten later volledig bezweet en verfromfraaid weer uitstappen, al waait er de afgelopen week een heerlijk briesje omdat het regentijd is. De weg naar kantoor is bezaaid met winkeltjes en dienstverleners. De meeste koopwaar staat op straat of op hoofden van Ghanese vrouwen. Echt waar, die verslepen hele vrachtladingen op hun hoofd (ik zag er laatst één een tafel op haar hoofd vervoeren). Je kunt hier werkelijk alles op straat kopen. TV’s, ijskasten, bureaustoelen, rolstoelen, etc. etc. De uitbaters geven zeer originele namen aan hun uitspanningen, de meesten religieus getint. Zo hebben we “God so Good Co Ltd”, “Grace and Mercy Stationary” en “My God is Able nail studio”. Maar ook de “Because of you I cut my hair” kapper. Af en toe gaat er even iets mis met de spelling. Zo zagen we vorige week een “No Need to Harry” en werden we twee weken geleden op het strand getrakteerd op een “Bomb Fire”.
Verder houden Ghanezen van lawaai. Dit uit zich niet alleen op de gang van mijn hotel (waar men het liefst rond elf of twaalf uur ’s nachts en dan weer om zes uur ’s ochtends vol enthousiasme kabaal staat te maken), maar ook tijdens de kerkdiensten die altijd alom tegenwoordig zijn. Soms hoor je de diensten uit de kerken zelf, soms uit de radio van één van de vele winkeltjes op straat. Man, als ik dat zo hoor moet elke Ghanees hier denken dat ie op z’n minst gedoemd is tot het eeuwige hellevuur. Wat een geschreeuw!
De religie uitte zich ook in onze conferentie van afgelopen vrijdag, waarop ongeveer 400 schoolkinderen (niemand wist precies hoeveel het er waren – aanmeldingen waren niet bijgehouden want dat vinden Ghanezen blijkbaar ook onzin) vanuit heel Ghana bijeenkwamen om een dag te leren en praten over mensenhandel. Zo’n conferentie begint met “opening prayers”, een dominee die de dag opent. Die was geagendeerd voor half negen. Ik geloof dat de beste man om half elf het woord nam. Werkelijkwaar, één grote improvisatie die dag. We hadden een heel programma in elkaar gezet, geen idee wat er ook daadwerkelijk van is gebeurd en welke sprekers wel en niet zijn komen opdagen. Maar iedereen scheen zich opperbest te vermaken, en ik heb toch de indruk dat alle inhoudelijke punten aan de orde zijn gekomen.
Nu de conferentie achter de rug is, kunnen Manda en ik ons weer concentreren op onze twee grootste projecten: het voorbereiden van een civiele zaak voor een slachtoffer van mensenhandel (die dan schadevergoeding eist van de mensenhandelaar) en de evaluatie van de in 2005 ingevoerde wet ter bestrijding van mensenhandel. Onder andere hebben we een hele lijst met mensen door heel Ghana geidentificeerd die we willen spreken voor onze evaluatie. De rest van het EPAWA team gaat door met de niet-juridische projecten, zoals slachtoffers leren sieraden te maken en daartoe de middelen te geven, zodat ze ze kunnen verkopen en hun eigen inkomsten kunnen genereren. Ook moet de conferentie worden afgewikkeld (o.a. zorgen dat de aanbevelingen die de schoolkinderen afgelopen vrijdagmiddag hebben opgesteld aan het parlement worden aangeboden). En zo zijn er nog een stuk of wat projecten. Ik moet zeggen dat ik erg onder de indruk ben van de omvang en inhoud van de projecten die EPAWA doet.