[Door gastblogger Marijn] Ons belangrijkste project is het onderzoeken in hoeverre de Ghanese anti-mensenhandel wetgeving wordt toegepast in de praktijk. De wet is in 2005 ingevoerd en ziet er op papier indrukwekkend uit. Het bevat omvangrijke bepalingen voor de bescherming en ondersteuning van slachtoffers (onderdak, onderwijs, mogelijkheid tot schadevergoeding, enz), voorziet in het opzetten van een “Human Trafficking Fund” (hiermee moeten de kosten van deze ondersteuning en bescherming worden gedekt), voorziet in het opzetten van gespecialiseerde mensenhandel afdelingen bij de politie, en voorziet in het opzetten van een advies orgaan, de “Human Trafficking Management Board”. Kortom, iets waarvan de internationale gemeenschap met recht enthousiast werd.
Maar wat komt er nu eigenlijk van al die bepalingen in de praktijk terecht? Geeft de praktijk net zo veel reden voor enthousiasme als het papier? Deze vragen proberen wij te beantwoorden door te praten met de verschillende ministeries, overheidsorganen, NGOs, openbaar aanklagers, politieagenten, journalisten, en academici door het hele land.
Het eerste dat mij opviel is dat het moeilijk is om een goed beeld te krijgen van de omvang van mensenhandel en de actie die ertegen ondernomen wordt. De overheid heeft hiervoer geen enkel onderzoek gepubliceerd, en er zijn bijvoorbeeld geen nationale systemen waarin je op kunt zoeken hoeveel aangiftes er zijn gedaan, hoeveel mensen er zijn vervolgd, en welke straffen (als ze al zijn veroordeeld) hen zijn opgelegd. Duidelijk is wel dat de meeste slachtoffers kinderen en vrouwen zijn. Uit de kust- en centrale regio worden voornamelijk jongetjes verhandeld om te werken in de visserij op het Volta meer (grootste handgemaakte stuwmeer ter wereld), in het noorden worden voornamelijk meisjes vervoerd naar het zuiden om te werken op markten of in het huishouden. Nu er in het westen olie is ontdekt, is de handel in vrouwen voor de sex industrie naar het westen toegenomen. Voor wat betreft de cacao industrie is het nog moeilijker een beeld te krijgen van de omvang van het probleem. Cacao is één van de grootste (zo niet het grootste) export producten van Ghana en men heeft dus niet graag dat die industrie geassocieerd wordt met iets negatiefs als mensenhandel. Daarnaast heb ik al een aantal keren gehoord dat de meeste mensen die er in de overheid toe doen zelf belangen in de cacao industrie hebben, en velen van hen zelf als kind ook op cacao plantages hebben gewerkt. In november 2009 nog, ontkende de overheid dat er verhandelde kinderen in de cacao industrie werken. Sommige media en NGOs die wij spraken, geven aan wel degelijk slachtoffers van kinderhandel tegen te zijn gekomen op cacao plantages in Ghana, hoewel dit bij verre niet de aantallen betreft die in de bovengenoemde industrieën worden uitgebuit. Andere kinderen worden door hun familie zelf aan het werk gezet op de plantages, hetgeen betekent dat het niet zozeer mensenhandel is, maar wel kinderarbeid. En of je het nu mensenhandel noemt of kinderarbeid, het is duidelijk dat beide problemen bestreden moet worden.
Ook is inmiddels duidelijk dat de overheid geen middelen heeft om haar taken onder de wet goed uit te voeren. Het is geen onwil, maar de middelen zijn er gewoon niet. Als op zoveel gebieden, vullen NGOs het gat op. Zij redden de slachtoffers, zij werken samen met de politie om bewijs te vergaren, zij bieden de slachtoffers onderwijs, proberen mensenhandel te voorkomen door moeders micro-credieten te verschaffen, verschaffen mensen informatie over mensenhandel, en geven trainingen aan politie, openbaar aanklagers, en rechters. De betreffende organisaties zijn overigens zowel de bekende internationale organisaties, zoals IOM, ILO, UNICEF, enzovoorts, maar er ook een heleboel Ghanese organisaties, met Ghanezen die geven om slachtoffers van mensenhandel en vastberaden zijn het leven voor hen beter te maken. Eén van de leukste aspecten van dit project vind ik dat ik hen mag ontmoeten en mag horen over het werk dat zij doen.
De nieuwe regering, in 2009 aangetreden, geeft de indruk mensenhandel te willen gaan aanpakken. Er is een nieuwe Management Board samengesteld, en de nieuwe leden geven de indruk er voor te willen gaan. Ook heeft het ministerie van vrouwen en kinderzaken -verantwoordelijk voor het implementeren van de wet- in samenwerking met een lokale NGO een begin gemaakt met het in kaart brengen van het probleem. Laten we hopen dat dit momentum resultaten gaat geven in de toekomst, en het enthousiasme over de wet niet alleen het papier, maar ook de praktijk gaat betreffen.
Over de gastblogger: Marijn gaf haar baan als advocaat op en werkt nu bij de Enslavement Prevention Alliance. Gewaagd. Af en toe gunt ze ons een blik in het leven en werken in Ghana







